Wij helpen u graag verder »

Uw steun is welkom

Wilt u donateur worden
of ons sponsoren...
lees meer >>

VPTZ Julia Jan Wouters

Wij zijn er voor u,
als het er écht om gaat...
lees meer >>

Ons gastvrije hospice

Als thuis sterven niet (meer)
wenselijk of mogelijk is...
lees meer >>

Onze zorg bij u thuis

Zodat u er niet (meer) alleen voor staat...lees meer >>

Een familielid vertelt

Ergens tussen het leven en de dood bestaat een plek waar comfort voorop staat.

Mijn moeder was een paar dagen geleden nog op die plek. Het was een fijne plek. En niet alleen voor mijn moeder. Ook voor mijn vader. Ook voor mijn vrouw. Ook voor mij.

Mijn moeder lag in een hospice in een mooi niet te hard, niet te zacht bed in haar eigen kamertje. Ze kon de klokken van de kerk horen luiden, ze nam het zonlicht en de wolken nog waar. Er stond 24 uur per dag iemand voor haar klaar. De deur stond en staat nog steeds voor ons open. We mochten er mee-eten. We mochten zelfs koken. Mocht mijn moeder gebakken vis willen hebben of een patatje oorlog, dan regelden ze het. Niet dat ze dat wilde, maar toch. Het was een fijn idee.

Ik heb mijn moeder een paar dagen geleden nog appelmoes gevoerd, zodat ze haar pilletje in kon nemen. Fijn dat ik dit nog heb kunnen doen. Zoals ze mij heeft (op)gevoed, voed ik haar nu. Tranen biggelden over mijn wangen en mijn moeder kneep zachtjes in mijn hand. Ondanks dat haar ogen dof zijn en haar mond niet meer kon lachen zag of voelde ik eigenlijk dat ze me haar mooiste glimlach gaf. Ze troostte zoals moeders kunnen troosten. Zonder iets te zeggen iemands hand pakken en er licht in knijpen. Het komt wel goed, leek ze te bedoelen. Goed in de zin van, ik ben er voor je ook als ik er niet meer ben. Goed in de zin van, je hoeft je geen zorgen te maken. Het is goed.

In het hospice kun je weer even zoon, man of schoondochter zijn in plaats van (mantel)zorger. Je kunt op bezoek gaan omdat je op bezoek wilt gaan. Je kunt de verzorging uit handen geven en hoeft alleen maar in te gaan op de behoefte die er op dat moment is.

In plaats van een kil, wit, stinkend ziekenhuis waar ze je liever kwijt dan rijk zijn, voelt dit als een verademing. Zo zou het voor altijd moeten zijn. Comfort voor de patiënt en ook voor de familie. Uiteraard zijn ziekenhuizen bezig met de beste willen zijn, of in ieder geval niet de slechtste. Daar horen de keiharde cijfers van overlijdens helaas bij. Uitbehandeld betekent in dat geval een enkeltje huis of hospice, want stel je toch eens voor dat je in het ziekenhuis zou overlijden. Nee, daar zijn ziekenhuizen niet voor. Die zijn er voor zieken, die beter kunnen worden. Het woord zegt het eigenlijk al.

In het hospice voel(de) ik me welkom, door al die lieve vrijwilligers die met zoveel liefde mijn moeder het laatste stukje comfort geven. Het comfort waar ze al die jaren naar zocht.

De vrijwilligster die door mijn vader werd aangesproken (‘respect dat u dit zware en verdrietige werk doet’) vond het allesbehalve verdrietig werk. Ze vond het juist ontzettend mooi werk. Ze noemen het daar ook geen sterfhuis ondanks dat, op een enkel wonder na, alle bewoners daar zullen komen te overlijden. Ze noemde het een deelhuis, omdat je het met zijn allen doet. En de allerlaatste periode van het leven heb je elkaar heel hard nodig en moet je lief en leed met elkaar delen. Herinneringen ophalen, elkaars hand vasthouden en elkaar troosten tot het allerlaatste moment.

Helaas is mijn moeder overleden, maar hebben we met elkaar en met de lieve mensen van het hospice toch betekenis kunnen geven aan onze prachtige relatie die we met mijn moeder mochten hebben.

Bedankt daarvoor. Ik had dit voor geen goud willen missen. 

Ronald Belkenga
Vormgeving en realisatie: Wiep.frl | Powered by: Knoop.frl